ECLI:NL:CRVB:2013:2854
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurigheidstoeslag wegens gebrek aan uitzicht op inkomensverbetering
Appellant ontvangt sinds 2007 bijstand en vroeg in 2012 langdurigheidstoeslag aan. Het college wees de aanvraag af omdat appellant in de vijf jaar voorafgaand aan 2012 meerdere maatregelen opgelegd kreeg vanwege het niet meewerken aan arbeidsinschakeling, waardoor hij geen uitzicht had op inkomensverbetering.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat het college tijdig op het bezwaar had beslist, ook al was er discussie over de aard van de bezwaarcommissie en de beslistermijn. Appellant stelde in hoger beroep dat de uitspraak onvoldoende gemotiveerd was, dat het college niet tijdig had beslist en dat het ne bis in idem-beginsel was geschonden.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en verwierp de beroepsgronden van appellant. De afwijzing van de toeslag is geen bestraffende sanctie en het ne bis in idem-beginsel is daarom niet van toepassing. Ook was het college bevoegd de beslistermijn te verlengen. De Raad bevestigde de uitspraak en wees proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag langdurigheidstoeslag 2012.