ECLI:NL:CRVB:2013:2816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- M.F. Wagner
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indicatie Zorgzwaartepakket VG07 bij gedragsproblematiek
Appellant, met aanzienlijke verstandelijke en psychische beperkingen, vroeg om voortzetting van zorg in het kader van de AWBZ. De Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) gaf aanvankelijk een indicatie voor ZZP VG07, maar wijzigde dit later naar ZZP VG06, omdat volgens hen de gedragsproblematiek van appellant met reguliere middelen kon worden behandeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij het standpunt van CIZ onderschreef, mede gebaseerd op een signaleringsplan en een medisch advies dat stelde dat een veilige en gestructureerde omgeving voldoende was voor behandeling.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn gedragsproblematiek niet met reguliere middelen kon worden behandeld en dat daarom ZZP VG07 moest worden toegekend. De Raad oordeelde echter dat de gedragsproblematiek inderdaad met reguliere middelen kan worden behandeld, mede gelet op verklaringen van de vader van appellant en het ontbreken van frequente medicatiegebruik of fixatie.
Het hoger beroep werd daarom afgewezen, de eerdere uitspraak bevestigd en het verzoek om vergoeding van renteschade afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de indicatie voor ZZP VG06 blijft gehandhaafd.