ECLI:NL:CRVB:2013:2757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bijstandsverlening met terugwerkende kracht wegens bijzondere omstandigheden bij digitale aanvraag
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB en het Bbz 2004 en vroegen verlenging aan. Na beëindiging van de Bbz-uitkering per 30 augustus 2011 vroegen zij bijstand aan op grond van de WWB met ingang van 1 september 2011. Door problemen met de digitale aanvraag en het ontbreken van duidelijke informatie over de noodzaak van een spoedige melding bij het werkbedrijf, dienden zij hun aanvraag pas op 25 oktober 2011 in.
Het college kende bijstand toe met ingang van 13 oktober 2011, maar appellanten stelden dat zij recht hadden op bijstand vanaf 1 september 2011. De Raad overwoog dat in beginsel bijstand wordt toegekend vanaf de datum van melding of aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
De Raad stelde vast dat het college en het werkbedrijf onvoldoende zorgvuldigheid betracht hadden door appellanten niet nadrukkelijk te wijzen op de noodzaak van een onmiddellijke melding en door de digitale aanvraagprocedure zonder adequate ondersteuning te hanteren. Hierdoor ontstonden bijzondere omstandigheden die bijstandsverlening met terugwerkende kracht rechtvaardigen.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het bestreden besluit voor zover het de ingangsdatum betrof, stelde de ingangsdatum vast op 1 september 2011 en veroordeelde het college in de kosten van appellanten.
Uitkomst: Bijstand wordt met terugwerkende kracht toegekend vanaf 1 september 2011 vanwege bijzondere omstandigheden en onvoldoende zorgvuldigheid van het college.