ECLI:NL:CRVB:2013:2717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- J.S. van der Kolk
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toegenomen beperkingen voor WAO-uitkering na intrekking in 2006
Appellante was sinds 1998 arbeidsongeschikt wegens huid- en eczeemklachten en ontving aanvankelijk geen WAO-uitkering omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. In 2000 werd haar een WAO-uitkering toegekend op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid. In 2006 is deze uitkering ingetrokken omdat zij toen minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht.
In 2008 meldde appellante zich ziek met migraine en eczeemklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV weigerde in 2010 een WAO-uitkering toe te kennen wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen ten opzichte van 2006. Dit besluit werd door de rechtbank bevestigd en in hoger beroep herhaald.
De Raad oordeelt dat de medische rapporten van verzekeringsartsen zorgvuldig en inzichtelijk zijn en dat er geen objectieve aanwijzingen zijn dat de beperkingen van appellante zijn toegenomen. Ook psychische klachten die appellante aanvoert, waren niet relevant voor de eerdere WAO-toekenning en zijn onvoldoende onderbouwd. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er geen sprake is van toegenomen beperkingen en wijst het beroep van appellante af.