ECLI:NL:CRVB:2013:2682
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
In deze zaak staat de oplegging van een loonsanctie door het UWV centraal, omdat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen zou hebben verricht voor een arbeidsongeschikte werknemer. Het UWV had de loonsanctie van 52 weken opgelegd en een verzoek tot verkorting daarvan afgewezen. De rechtbank Rotterdam had deze besluiten eerder bevestigd.
De werkgever stelde in hoger beroep dat onvoldoende rekening was gehouden met medische beperkingen van de werknemer, onder meer op basis van verklaringen van de huisarts, behandelend chirurg en andere medisch specialisten. De rechtbank had echter een onafhankelijke deskundige, neurochirurg Wolbers, benoemd die concludeerde dat de werknemer in staat was 40 uur per week te werken onder aangepaste omstandigheden zonder urenbeperking.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de deskundige. De Raad acht het deskundigenrapport zorgvuldig en overtuigend en concludeert dat de werkgever zonder deugdelijke grond onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. Ook het verzoek tot verkorting van de loonsanctie is terecht afgewezen. De aangevallen uitspraken worden bevestigd en er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de loonsanctie en wijst het verzoek tot verkorting af wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen.