Deze zaak betreft het hoger beroep tegen uitspraken van de rechtbank ’s-Gravenhage inzake besluiten van het UWV over de arbeidsongeschiktheid van appellant op grond van de WIA.
De Raad heeft in een tussenuitspraak vastgesteld dat de medische beoordeling van de belastbaarheid van appellant zorgvuldig is uitgevoerd. Vervolgens stond centraal of het UWV met een nadere standpuntbepaling voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de voor appellant geselecteerde functies op functieniveau 4 passend zijn.
De bezwaararbeidsdeskundige heeft uitgebreid toegelicht dat appellant, mede gelet op zijn opleidingen, werkervaring en vaardigheden, kan functioneren op MBO-4 niveau. De Raad acht dit onderbouwd en wijkt niet af van de conclusie dat de functies dienstindeler vervoersmaatschappij, medewerker klantenservice zorgverzekeraar en debiteurenbeheerder telecom geschikt zijn.
De Raad vernietigt het besluit van 13 januari 2011 wegens een eerder vastgesteld motiveringsgebrek, maar laat de rechtsgevolgen van dit besluit in stand. De latere besluiten van 27 september 2011, die appellant’s bezwaren ongegrond verklaren, worden bevestigd omdat geen nieuwe beperkingen zijn vastgesteld. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.