ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over herstel arbeidskundige onderbouwing in WIA-uitkeringsbesluit
Appellant, een broodbakker, meldde zich ziek wegens knieproblemen en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Appellant voerde aan dat hij meer beperkingen had en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren, mede vanwege zijn opleiding.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Raad dat de medische beoordeling zorgvuldig was, maar twijfels bestaan over de geschiktheid van appellant voor de functies op functieniveau 4, gelet op zijn opleiding. Hierdoor is de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende gemotiveerd.
De Raad draagt het UWV op het gebrek in het besluit te herstellen. Voor de andere besluiten in samenhang met deze zaak kan nog geen definitief oordeel worden gegeven. De uitspraak betreft een tussenuitspraak in hoger beroep tegen meerdere WIA-besluiten.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit van 13 januari 2011 te herstellen wegens onvoldoende gemotiveerde arbeidskundige onderbouwing.