ECLI:NL:CRVB:2013:2651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding autohandel
Appellant ontving vanaf januari 2007 bijstand. Na een tip over autohandel startte het college een onderzoek waarbij bleek dat appellant vanaf juli 2007 actief was in de autohandel, wat hij niet had gemeld. Het college trok de bijstand in vanaf januari 2007 en vorderde terugbetaling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de schending van de inlichtingenverplichting pas vanaf 1 juli 2007 kan worden vastgesteld. Voor de periode daarvoor was geen sprake van schending.
Verder is de afwijzing van een nieuwe aanvraag om bijstand niet langer houdbaar, maar appellant moet nog inzage geven in bankafschriften. De Raad draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen over de terugvordering en de aanvraag.
De uitspraak vernietigt het eerdere vonnis en corrigeert de periode waarover bijstand kan worden ingetrokken en teruggevorderd. Dit leidt tot een herziening van de besluiten door het college.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand geldt vanaf 1 juli 2007; het college moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen over terugvordering en aanvraag.