ECLI:NL:CRVB:2013:2633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor reiskosten ziekenhuis aan illegale vreemdeling
Appellant, zonder verblijfstitel en gedwongen opgenomen in een zorginstelling, verzocht om bijzondere bijstand voor reiskosten naar het ziekenhuis. Het college wees dit af omdat hij geen rechtmatig verblijf had, wat door de rechtbank werd bevestigd.
De rechtbank oordeelde dat appellant onder artikel 16 lid 2 WWB Pro valt, waardoor bijstand zelfs op grond van zeer dringende redenen niet kan worden toegekend. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen, mede omdat de zorginstelling de reiskosten via een lening vergoedt.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen, benadrukte zijn kwetsbare situatie en het belang van zelfstandige ziekenhuisbezoeken. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en wees het beroep af, zonder inhoudelijk in te gaan op de EVRM-vraag of de lening als voorziening. De uitspraak bevestigt dat illegale vreemdelingen zonder verblijfstitel geen aanspraak maken op WWB-bijstand, ook niet bij bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand aan appellant zonder verblijfstitel.