Een inspecteur van de Inspectie voor de Gezondheidszorg startte zonder overleg een tuchtprocedure tegen een vaatchirurg, wat leidde tot een schorsing in Engeland en schadeclaims. De minister gaf hem dienstopdrachten en paste zijn takenpakket aan vanwege schending van interne regels. Na bezwaar en rechtsgang bevestigde de rechtbank het ontslag en vernietigde het besluit tot schadeverhaal op de inspecteur.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de minister terecht de dienstopdracht gaf en het takenpakket aanpaste, en dat het ontslag wegens vertrouwensbreuk gerechtvaardigd was. De Raad stelde dat het handelen van de inspecteur bewust het risico van schade veroorzaakte, waardoor het schadeverhaal op hem terecht was. Het beroep tegen het schadeverhaal werd daarom afgewezen.
Daarnaast constateerde de Raad een overschrijding van de redelijke termijn in de procedure en besloot het onderzoek naar een schadevergoeding daarvoor te heropenen. De minister werd als partij in die procedure aangemerkt. Proceskosten werden niet toegewezen.