ECLI:NL:CRVB:2013:2549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- W.H. Bel
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen informatieve brief over buitenwettelijke voorzieningen
Appellant, zonder rechtmatig verblijf in Nederland, diende op 19 oktober 2010 een aanvraag in voor opvang en voorzieningen op grond van de Wmo, WWB en buitenwettelijke voorzieningen bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.
Het college besloot op 27 april 2011 het verzoek om buitenwettelijke voorzieningen te behandelen als een beroep op het Fonds Gevolgen Vreemdelingenwetgeving, waarbij alleen maatschappelijke organisaties middelen ontvangen. Op 16 september 2011 stuurde het college een brief die verwees naar dit besluit, waarop appellant bezwaar maakte.
Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit was in de zin van artikel 1:3 Awb Pro maar een informatieve brief. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, onder verwijzing naar het eerdere besluit van 27 april 2011 en het feit dat de inhoudelijke gronden reeds in een ander hoger beroep aan de orde waren gekomen.
De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en bevestigde de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.