ECLI:NL:CRVB:2013:2543
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing PGB-aanvraag wegens beschikbare voorliggende behandelmogelijkheden
Appellant, met ADHD, een persoonlijkheidsstoornis NAO en cannabisafhankelijkheid, vroeg een persoonsgebonden budget (PGB) aan voor 25 uur individuele begeleiding op grond van de AWBZ. CIZ wees dit af omdat uit het indicatierapport bleek dat er nog behandelmogelijkheden waren en AWBZ-zorg niet doelmatig is zolang er alternatieve behandelingen beschikbaar zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond omdat onvoldoende rekening was gehouden met de informatie van de behandelend psychiater dat de behandeling was afgesloten en appellant was terugverwezen naar de huisarts. Na een nader medisch advies concludeerde CIZ dat behandeling op grond van de Zorgverzekeringswet (ZVW) voorrang heeft op AWBZ-zorg, omdat appellant tegen het advies van de psychiater is gestopt met medicatie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het stoppen met medicatie tegen het advies van de psychiater in betekent dat de ZVW-behandeling voorligt op AWBZ-zorg. Daarnaast zijn er voorliggende voorzieningen voor andere problematiek van appellant. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn wordt niet toegekend omdat de termijn niet is overschreden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de PGB-aanvraag bevestigd.