ECLI:NL:CRVB:2013:2522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning van bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) met een gewenste ingangsdatum van 2 februari 2010. De aanvraag werd echter pas op 18 januari 2011 ingediend, met melding op 2 november 2010. Het college kende bijstand toe vanaf die datum, maar weigerde terugwerkende kracht. Appellant stelde dat hij al eerder, op 10 of 31 maart 2010, een melding had gedaan en dat bijzondere omstandigheden een eerdere toekenning rechtvaardigden.
De Raad overwoog dat de melding op 10 maart 2010 betrekking had op een faillissementsuitkering en niet op bijstand. De registratie op 31 maart 2010 was een aanmelding voor intake, maar er volgde geen daadwerkelijke aanvraag. Tussen 3 mei en 27 oktober 2010 werd geen actie ondernomen om een aanvraag in te dienen. Appellant mocht niet vertrouwen dat een aanvraag in behandeling was genomen.
De Raad bevestigde dat bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij niet in staat was tijdig een aanvraag in te dienen of dat hij daarvan werd weerhouden. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.