ECLI:NL:CRVB:2013:2479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen zelfstandige activiteiten en kasstortingen
Appellant ontving vanaf 2001 bijstand en kreeg toestemming voor een voorbereidingsperiode op zelfstandig ondernemerschap van augustus 2008 tot augustus 2009. Naar aanleiding van een anonieme tip startte het college een onderzoek, waaruit bleek dat appellant tussen 2008 en 2009 als zelfstandige was ingeschreven en aanzienlijke kasstortingen op zijn bankrekening had ontvangen.
Het college trok de bijstand over twee periodes in en vorderde de kosten terug, omdat appellant zijn werkzaamheden en kasstortingen niet had gemeld en geen administratie had overgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de kasstortingen geen inkomsten waren, maar geld dat hij tijdelijk opnam en terugstortte, en dat zijn bankafschriften en huurovereenkomsten als administratie konden dienen.
De Raad oordeelde dat appellant geen duidelijke, verifieerbare verklaring gaf over de herkomst van de kasstortingen en geen deugdelijke administratie had bijgehouden. De bankafschriften en huurovereenkomsten boden onvoldoende inzicht in zijn inkomsten. Daarom kon niet worden vastgesteld dat appellant recht had op bijstand over de betreffende periode. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen zelfstandige activiteiten en kasstortingen wordt bevestigd.