ECLI:NL:CRVB:2013:2405
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid directeur-grootaandeelhouder
Appellant, directeur-grootaandeelhouder van een besloten vennootschap, ontving sinds 15 november 2004 een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Een arbeidsdeskundig rapport concludeerde dat appellant ondanks beperkingen nog in staat was een vergelijkbaar inkomen uit zelfstandige arbeid te genereren, met een inkomensverlies van minder dan 25%. Het UWV stelde daarop per 1 januari 2008 vast dat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt was en stopte de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat de werkzaamheden van appellant, waaronder beleids- en beheersbeslissingen, als arbeid van economische betekenis moeten worden beschouwd. De rechtbank vond dat het loon niet afhankelijk is van het aantal gewerkte uren en dat het UWV terecht een loonwaarde van meer dan 75% toekende. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de terugwerkende korting niet in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn werkzaamheden beperkt waren en dat het salaris slechts een fiscale keuze was, geen vergoeding voor arbeid. De Raad verwierp deze argumenten, bevestigde de eerdere overwegingen en stelde dat de fiscale keuze doorslaggevend is voor de kwalificatie van inkomsten als arbeidsinkomen. Ook het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel werd verworpen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank Arnhem wordt bevestigd.