ECLI:NL:CRVB:2013:2323
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J.S. van der Kolk
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig taxichauffeur, meldde zich ziek met rug-, knie- en later psychische klachten. Na twee jaar ziekengeld vroeg zij een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor geen uitkering werd toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de medische beoordeling zorgvuldig was en de arbeidskundige onderbouwing voldoende was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen onderschat waren, met name vanwege een niet goed functionerend bewegingsapparaat en hypermobiliteit, en dat de voorgestelde functies niet geschikt waren.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat er geen medische gegevens waren die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigden. Ook de geschatte functies waren passend. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV bevestigd dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering.