ECLI:NL:CRVB:2013:2320
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid intrekking en terugvordering WW-uitkering zelfstandige
Betrokkene ontving vanaf 1 september 2005 een WW-uitkering en begon per 1 maart 2006 als zelfstandige met het opgeven van een half uur per factuur op zijn werkbriefjes. Na onderzoek door appellant werd de uitkering herzien en deels ingetrokken wegens onjuiste opgave van uren. Betrokkene voerde aan dat hij mocht vasthouden aan de afspraak over het beperkte aantal uren.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en oordeelde dat appellant zich had moeten vergewissen of betrokkene op de hoogte was van het vervallen van deze afspraak. De Centrale Raad stelt echter dat betrokkene vanaf 21 augustus 2006 redelijkerwijs had moeten begrijpen dat alle gewerkte uren opgegeven moesten worden.
De Raad oordeelt dat appellant niet in strijd met zijn beleid heeft gehandeld door de intrekking en terugvordering te handhaven over de genoemde periode. Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover deze over het beroep tegen het besluit van 17 april 2012 ging.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de WW-uitkering over de periode 21 augustus 2006 tot en met 2 september 2007 gehandhaafd.