ECLI:NL:CRVB:2013:2249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet melden verblijf in buitenland en nalaten reactie
Appellant ontvangt sinds 2001 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een anonieme melding startte de gemeente Amsterdam een onderzoek vanwege vermoedens dat appellant niet alleenstaand was en regelmatig in Suriname verbleef zonder dit te melden. Appellant werd opgeroepen voor gesprekken en gevraagd bankafschriften te overleggen, maar verscheen niet en leverde de gevraagde gegevens niet aan.
Het college schortte op 29 december 2011 de bijstand op wegens het niet nakomen van de oproep en trok deze op 3 januari 2012 in. Appellant was van 25 december 2011 tot en met 4 januari 2012 in Suriname, maar had dit niet gemeld en ook geen maatregelen getroffen om op zijn post te reageren. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het college terecht uitging van de aanname dat post tijdig werd ontvangen en dat het risico van het niet ontvangen van post voor appellant was. Ook was het niet aannemelijk dat het college op de hoogte was van het exacte verblijf van appellant in het buitenland. Het beroep van appellant op strijd met beginselen van behoorlijk bestuur werd verworpen. De intrekking van de bijstand bleef gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand wegens het niet melden van verblijf in het buitenland en het nalaten tijdig te reageren.