ECLI:NL:CRVB:2007:BB6429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstel verzuim en intrekking bijstandsuitkering niet rechtsgeldig wegens korte hersteltermijn
Betrokkene ontving bijstand vanaf november 2003. Appellant schortte de bijstand op per 1 december 2004 wegens het niet nakomen van een afspraak en introk de bijstand per 1 januari 2005 omdat betrokkene niet verscheen op een gesprek. Betrokkene diende een nieuwe aanvraag in die werd afgewezen wegens twijfel over haar hoofdverblijf.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit tot intrekking, omdat onvoldoende was aangetoond dat betrokkene haar woonplaats had verplaatst. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad stelt vast dat de rechtbank haar oordeel baseerde op een andere wettelijke grondslag dan appellant gebruikte, wat niet is toegestaan. De Raad oordeelt dat betrokkene mogelijk pas begin januari 2005 kennis kon nemen van het opschortingsbesluit vanwege afwezigheid en dat de korte hersteltermijn onredelijk was. Hierdoor kon betrokkene het verzuim niet tijdig herstellen.
De Raad vernietigt de besluiten van 15 juli 2005 en 22 augustus 2006, verklaart het beroep gegrond en beveelt appellant een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand per 1 januari 2005 wordt vernietigd en appellant wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.