Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;
- veroordeelt het Uwv tot betaling van een schadevergoeding aan appellant ten bedrage van
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om hem een WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij volgens het UWV bij aanvang van de verzekering gedeeltelijk arbeidsongeschikt was en de arbeidsongeschiktheid niet met ten minste 35% was toegenomen. Na eerdere procedures en vernietigingen van besluiten, heeft de rechtbank het beroep van appellant gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten.
In hoger beroep richt appellant zich tegen het standpunt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand moeten blijven, stellende dat zijn long- en rugproblematiek zwaarder weegt dan het UWV heeft aangenomen. De Raad overweegt dat de longproblematiek reeds eerder is beoordeeld en onherroepelijk vaststaat, en dat appellant geen nieuwe medische gegevens heeft aangeleverd ter onderbouwing van zijn rugklachten.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Tevens oordeelt de Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van de procedure met één jaar en vijf maanden is overschreden, wat volledig voor rekening van het UWV komt. De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van een immateriële schadevergoeding van €1.500 aan appellant vanwege de overschrijding van de redelijke termijn.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 oktober 2013.
Uitkomst: Bevestiging weigering WIA-uitkering en toekenning schadevergoeding van €1.500 wegens overschrijding redelijke termijn.