ECLI:NL:CRVB:2013:2197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant was werkzaam als kwaliteitsmedewerker en ontving een Ziektewetuitkering wegens psychische klachten. Het UWV verklaarde hem per 2 april 2012 hersteld en beëindigde de uitkering. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, stellende dat hij nog arbeidsongeschikt was vanwege psychische aandoeningen.
De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en toereikend was. De verzekeringsartsen hadden informatie ingewonnen bij behandelaars en concludeerden dat appellant geschikt was om zijn werkzaamheden te verrichten. Medische verklaringen van derden waren onvoldoende onderbouwd om dit oordeel te weerleggen.
Appellant voerde aan dat het UWV onvoldoende aanvullende informatie had ingewonnen, maar de Raad stelde vast dat het psychologisch rapport en de reactie van de GGZ adequaat waren meegenomen. Ook recente medische informatie over spanningsklachten was niet relevant voor de situatie op 2 april 2012.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee de beëindiging van de Ziektewetuitkering rechtsgeldig bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 2 april 2012 wegens geschiktheid voor arbeid.