ECLI:NL:CRVB:2013:2153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaam gescheiden leven bij partnertoeslag AOW
Appellant ontvangt sinds 2002 een AOW-pensioen en heeft in 2005 een partnertoeslag aangevraagd nadat zijn echtgenote geen inkomsten had. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft deze toeslag toegekend, maar in 2009 ingetrokken omdat de partner 65 jaar werd en een eigen AOW-pensioen kreeg. Appellant stelde dat hij en zijn echtgenote duurzaam gescheiden leven omdat zij in verschillende landen wonen en geen gezamenlijke huishouding voeren.
De rechtbank oordeelde dat uit de feiten niet ondubbelzinnig blijkt dat sprake is van duurzaam gescheiden leven. De Raad onderschrijft dit oordeel en benadrukt dat duurzaam gescheiden leven betekent dat de echtelijke samenleving feitelijk is verbroken en ieder afzonderlijk leeft alsof hij niet gehuwd is, en dat dit door ten minste één van hen als bestendig is bedoeld.
Appellant verwees naar feitelijke onmogelijkheid om samen te wonen door intrekking van de verblijfsvergunning, maar de Raad stelde vast dat de echtelijke samenleving kan voortduren zonder samenwonen. Gezien de gezamenlijke intentie, regelmatige bezoeken en gezamenlijke activiteiten concludeert de Raad dat appellant en zijn echtgenote niet duurzaam gescheiden leven. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wordt geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de partnertoeslag AOW blijft beëindigd.