ECLI:NL:CRVB:2013:2103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.N.A. Bootsma
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke aanstelling politieambtenaar wegens gebrek aan integriteit en betrouwbaarheid
Appellant was sinds 3 november 2008 tijdelijk aangesteld als voorschakelleerling bij de politie. Op 11 januari 2009 vond een huiszoeking plaats in zijn woning vanwege vermoedelijk verboden munitiebezit, maar dit meldde hij niet aan zijn werkgever. Tijdens een gesprek op 5 februari 2009 werd appellant meerdere malen gevraagd naar contacten met de politie, maar hij gaf de huiszoeking niet aan. Pas na confrontatie met de feiten gaf hij dit toe.
De korpschef beëindigde daarop de tijdelijke aanstelling per 3 augustus 2009 wegens twijfel aan de betrouwbaarheid en integriteit van appellant, omdat hij niet voldeed aan de eisen die aan een politieambtenaar gesteld worden. De rechtbank vernietigde het besluit wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant ging in hoger beroep tegen dit laatste.
De Raad oordeelde dat appellant had moeten weten dat hij elk contact met de politie, ook zonder strafbaar feit, direct moest melden. Het voorschakeltraject richt zich juist op het ontwikkelen van de juiste mentaliteit en integriteit. Door het niet melden van de huiszoeking toonde appellant niet de vereiste eigenschappen. De korpschef kon daarom redelijkerwijs besluiten tot beëindiging van de aanstelling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De tijdelijke aanstelling van appellant als politieambtenaar wordt beëindigd wegens gebrek aan integriteit en betrouwbaarheid.