ECLI:NL:CRVB:2013:1941
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping inburgeringsplicht wegens EU-familielidmaatschap en onbevoegd besluit
Betrokkene, een Indiase nationaliteit houdende vrouw die samenwoont met een Poolse EU-burger, werd door het college van burgemeester en wethouders van Lelystad in 2009 inburgeringsplichtig verklaard. Betrokkene maakte bezwaar met het argument dat zij als familielid van een EU-burger vrijgesteld is van deze plicht op grond van Richtlijn 2004/38/EG en de Wet inburgering.
De rechtbank vernietigde het besluit omdat het niet bevoegd was genomen door de teamleider die niet aantoonbaar mandaat had. In hoger beroep werd dit bevestigd; appellant kon niet bewijzen dat de teamleider bevoegd was besluiten op bezwaar te nemen. Daarnaast erkende de Raad dat betrokkene als familielid van een EU-burger niet onder de inburgeringsplicht valt, mede bevestigd door een brief van de IND uit 2011.
De Raad oordeelde dat het besluit van 29 januari 2009, waarin de inburgeringsplicht werd opgelegd, herroepen moet worden. De brief van 13 maart 2009 werd niet als besluit aangemerkt. Appellant werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar en hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van de inburgeringsplicht aan betrokkene wordt vernietigd en het primaire besluit van 29 januari 2009 wordt herroepen.