ECLI:NL:CRVB:2013:1937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand na schenking erfdeel zonder dringende redenen
Appellant ontving bijstand sinds 1994 en had een erfdeel van zijn vader, waarop het college van burgemeester en wethouders van Rheden bijstand had teruggevorderd nadat appellant het erfdeel begin september 2010 van zijn moeder had ontvangen. Het college besloot de bijstand over de periode 1999-2004 terug te vorderen tot een bedrag van €63.416,82, waarbij rekening was gehouden met de schenkbelasting.
Appellant stelde dat het college in redelijkheid geen gebruik had kunnen maken van de terugvorderingsbevoegdheid, omdat hij het erfdeel grotendeels had verloren door beleggingen in een failliet beleggingsfonds en hij thans in ernstige financiële problemen verkeert. Het college handhaafde het terugvorderingsbesluit, verwijzend naar het beleid dat terugvordering standaard plaatsvindt tenzij er dringende redenen zijn.
De Raad oordeelde dat het verlies van het erfdeel en de financiële problemen geen dringende reden vormen om af te zien van terugvordering. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die afwijking van het beleid rechtvaardigen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Arnhem en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand door het college zonder dat sprake is van dringende redenen om hiervan af te zien.