ECLI:NL:CRVB:2013:1927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van overwerkuren bij vaststelling WW-uitkering voor docent/inburgeringscoach
Appellante was werkzaam als docent/inburgeringscoach met een arbeidsovereenkomst voor zes uren per week. Zij werkte structureel meer uren, gemiddeld circa 25 per week, en vroeg een WW-uitkering aan wegens verlies van deze extra uren.
Het UWV wees de aanvraag af omdat de extra uren als overwerk werden aangemerkt en volgens de Regeling gelijkstelling niet-gewerkte uren met gewerkte uren niet meetellen bij het bepalen van het gemiddeld aantal arbeidsuren. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat er geen schriftelijke afspraken waren over een hogere arbeidsduur en dat de meeruren geen onderdeel van de arbeidsovereenkomst waren geworden.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Raad sloot zich aan bij de rechtbank. Er was geen bestendige praktijk die leidde tot een grotere arbeidsduur en de extra uren waren niet inherent aan de functie. De extra uren werden terecht als overwerk aangemerkt en niet betrokken bij de berekening van het gemiddeld aantal arbeidsuren. De WW-uitkering werd daarom terecht geweigerd.
Uitkomst: De WW-uitkering is terecht geweigerd omdat de extra gewerkte uren als overwerk gelden en niet meetellen voor het gemiddeld aantal arbeidsuren.