ECLI:NL:CRVB:2013:1888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- Y.J. Klik
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet tijdig overleggen bankafschriften
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en beschikte over een spaarrekening waarvan zij het bestaan niet tijdig had gemeld. Het college vroeg bankafschriften op, maar appellante leverde deze niet binnen de gestelde termijn aan. Het college schortte daarom de bijstand op en trok deze later met terugwerkende kracht in. Tevens werd de bijstand over mei 2010 teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante deels gegrond en vernietigde het besluit tot intrekking en terugvordering, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep betoogde appellante dat de bankafschriften geen beletsel vormden voor voortzetting van de bijstand en dat zij ten onrechte bijstand was ontzegd over de periode mei tot juli 2010.
De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij de gevraagde bankafschriften tijdig had ingeleverd en dat het college terecht gebruik had gemaakt van haar bevoegdheid tot intrekking en terugvordering. Ook was er geen grond voor bijstand voorafgaand aan de nieuwe aanvraagdatum. De verrekening van een door het UWV toegekende toeslag met de bijstand was transparant en juist berekend.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet tijdig overleggen van bankafschriften worden bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.