ECLI:NL:CRVB:2013:1834
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling huurinkomsten oude woning bij vaststelling bijstand WWB
Appellant en zijn echtgenote bezaten een oude woning die zij in 2008 verruilden voor een nieuwe woning. De oude woning werd vanaf november 2009 verhuurd voor € 600 per maand. Appellant vroeg bijstand aan, maar het college hield rekening met de huurinkomsten als inkomen, waardoor de bijstand werd verminderd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de hypotheekrente, vereniging van eigenaren en levensverzekering van de oude woning op de huurinkomsten in mindering moesten worden gebracht, en dat hij belasting over de huurinkomsten verschuldigd was. De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs over de huurinkomsten kan beschikken, omdat deze op zijn bankrekening worden gestort en hij vrijelijk over dat geld kan beschikken.
De Raad stelde dat de WWB geen grondslag biedt om de vaste lasten op de huurinkomsten in mindering te brengen, omdat deze kosten niet worden gemaakt om inkomsten te verwerven maar om de woning aan te houden. Ook ontbrak bewijs dat appellant daadwerkelijk belasting betaalde over de huurinkomsten. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De huurinkomsten van de oude woning worden volledig als inkomen meegeteld bij de bijstandsverlening, ondanks de hypotheeklasten en andere vaste lasten.