ECLI:NL:CRVB:2013:1827
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening terugvordering WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoeker heeft verzocht om herziening van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 februari 2013 inzake de terugvordering van onverschuldigd betaalde WAO-uitkeringen. Het verzoek is gebaseerd op de stelling dat het UWV onjuiste feiten heeft gehanteerd bij de herziening van zijn uitkering en dat zijn aflossingscapaciteit beperkt is vanwege buitengewone ziektekosten.
De Raad overweegt dat het verzoek om herziening alleen kan worden toegewezen indien sprake is van feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, bij verzoeker niet bekend waren en die, indien zij bij de Raad bekend waren geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. De aangevoerde feiten door verzoeker voldoen hier niet aan.
De Raad merkt op dat de discussie over het aantal gewerkte dagen en de aflossingscapaciteit reeds aan de orde hadden moeten komen in de eerdere procedures die hebben geleid tot de herziening van de uitkering en de vaststelling van de terugvordering. Daarnaast is er geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten of schadevergoeding.
Daarom wijst de Centrale Raad van Beroep het verzoek om herziening af en bevestigt zij de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak van 15 februari 2013 wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.