ECLI:NL:CRVB:2013:1798
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving vanaf 1999 aanvullende bijstand naast haar AOW-pensioen. Na een signaal over niet opgegeven bankrekeningen stelde de ISD een onderzoek in en trok de bijstand over diverse perioden in. De Svb volgde met een eigen besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstandskosten.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen een deel van het Svb-besluit niet ontvankelijk, wat de Raad corrigeerde. De Raad oordeelde dat appellante de inlichtingenverplichting heeft geschonden door het niet opgeven van twee bankrekeningen, waardoor het recht op bijstand niet of ten onrechte werd vastgesteld.
Appellante voerde aan dat spaargelden niet als vermogen moeten worden meegerekend en dat middelen bestemd waren voor medische en uitvaartkosten, maar de Raad verwierp deze bezwaren op grond van vaste rechtspraak. Ook matiging van de terugvordering werd afgewezen wegens het ontbreken van dringende sociale of financiële redenen.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak, verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de Svb in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.