ECLI:NL:CRVB:2013:1735
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.S. van der Kolk
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toename arbeidsongeschiktheid en verkorte wachttijd bij WAO-uitkering
Appellant, een monteur luchtkanalen, ontving sinds 2002 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. In 2010 trad hij opnieuw in dienst en meldde op 7 mei 2010 een toename van klachten aan linker schouder en arm. Het Uwv weigerde de WAO-uitkering te herzien omdat volgens hen geen sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid door dezelfde oorzaak. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de schouderklachten van appellant voortkwamen uit een bursitis en impingement, terwijl de eerdere WAO-beoordeling uit 2005 diagnoses als cervicobrachiaal syndroom en epicondylitis lateralis bevatte. De Raad vond het standpunt van het Uwv dat sprake was van verschillende oorzaken overtuigend onderbouwd en verwierp het beroep op artikel 39a WAO voor een verkorte wachttijd.
Daarnaast stelde het Uwv zonder basis een beoordelingsmoment op 29 november 2010 vast, waarop appellant volgens het Uwv toegenomen arbeidsongeschikt was. De rechtbank had dit niet beoordeeld, wat de Raad onjuist vond. De Raad vernietigde daarom het besluit over 29 november 2010 en herroept dit. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd voor het besluit van 7 mei 2010. Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Besluit over 7 mei 2010 bevestigd, besluit over 29 november 2010 vernietigd en herroepen, Uwv veroordeeld in proceskosten.