ECLI:NL:CRVB:2013:1700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning bijzondere bijstand met terugwerkende kracht wegens niet tijdige aanvraag
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de eigen bijdragen in kosten van rechtsbijstand in twaalf procedures, met toevoegingen verleend tussen december 2009 en augustus 2010. Het college wees de aanvraag af omdat deze niet binnen de in het gemeentelijke beleid gestelde termijn van twee weken na afgifte van de toevoegingen was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college in overeenstemming met het buitenwettelijk begunstigend beleid had gehandeld. De aanvraagdatum is in beginsel bepalend voor het recht op bijstand en de termijn van twee weken is redelijk uitgelegd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het beleid onredelijk is en niet begunstigend maar beperkend werkt, omdat de advocaat vrij is in het moment van declareren. De Raad volgt echter de rechtbank en verwijst naar eerdere jurisprudentie, waarbij niet hoeft te worden beoordeeld of het beleid de grenzen van redelijkheid overschrijdt.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van bijzondere bijstand met terugwerkende kracht bevestigd.