Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2013:1680

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 september 2013
Publicatiedatum
5 september 2013
Zaaknummer
11-5394 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verzoek terugkomen op besluit weigering Ziektewetuitkering na nieuwe diagnose nekhernia

Appellante verzocht het UWV terug te komen op het besluit van 1 december 2008, waarin haar een verdere Ziektewetuitkering werd geweigerd. Zij stelde dat een nieuwe diagnose van een nekhernia door een orthopedisch chirurg een nieuwe omstandigheid vormde die herbeoordeling rechtvaardigde.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de nieuwe diagnose geen nieuw feit of veranderde omstandigheid was in de zin van artikel 4:6 Awb Pro, omdat de klachten en beperkingen reeds bekend waren en betrokken bij het oorspronkelijke besluit.

In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige te benoemen werd afgewezen, omdat bij een verzoek om terug te komen op een onherroepelijk besluit geen plaats is voor een deskundigenonderzoek.

Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De Raad vond geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om terug te komen op het besluit en om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
11/5394 WAO
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van
5 augustus 2011, 11/107 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. R.A.N.H. Verkoeijen, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 juni 2013. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. A. Hollman. Het Uwv is - met bericht- niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 1 december 2008 heeft het Uwv het bezwaar van appellante gericht tegen het besluit van 16 oktober 2008, waarbij appellante een (verdere) uitkering ingevolge de Ziektewet is geweigerd, ongegrond verklaard.
1.2. Op 7 juni 2010 heeft appellante het Uwv verzocht terug te komen van het besluit van
1 december 2008.
1.3. Bij besluit van 23 juni 2010 heeft het Uwv dat verzoek afgewezen.
1.4. Bij besluit van 15 december 2010 (bestreden besluit) is het bezwaar gericht tegen het besluit van 23 juni 2010 ongegrond verklaard.
2.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft - kort samengevat - overwogen dat de stelling van appellante dat bij de totstandkoming van het bestreden besluit en de daaraan voorafgaande besluitvorming onvoldoende recht is gedaan aan haar klachtenbeeld, niet tot vernietiging van het bestreden besluit kan leiden. De rechtbank heeft geoordeeld dat de nieuwe diagnose geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is.
3.
In hoger beroep heeft appellante zich op het standpunt gesteld dat het Uwv bij zijn laatste beoordeling onvoldoende rekening heeft gehouden met de nek-, rug- en armklachten. De thans door orthopedisch chirurg J.J. Nieuwenhuis gestelde diagnose, te weten een nekhernia, is een nieuwe omstandigheid waarmee rekening had moeten worden gehouden. Hierin had het Uwv aanleiding moeten zien voor een nieuw onderzoek. Nu het Uwv dit heeft nagelaten, is niet de vereiste zorgvuldigheid betracht. Appellante heeft de Raad verzocht om een deskundige in te schakelen, teneinde te beoordelen of de nieuwe diagnose een ander licht werpt op de - aan het besluit van 1 december 2008 ten grondslag liggende - vastgestelde beperkingen van appellante. Appellante heeft voorts verzocht om veroordeling van het Uwv tot vergoeding van de door haar geleden schade.
4.1.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.2.
Met de rechtbank en op grond van de door haar gegeven overwegingen oordeelt de Raad dat het Uwv terecht geweigerd heeft terug te komen van het besluit van 1 december 2008. Het gegeven dat er inmiddels voor de klachten van appellante een verklarende diagnose is gesteld, levert geen nieuw feit of veranderde omstandigheid op als bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Awb. De klachten van appellante en de daaruit voortvloeiende beperkingen waren bij het Uwv bekend en zijn bij het besluit van 1 december 2008 betrokken.
4.3.
Het verzoek van appellante om een onafhankelijke deskundige te benoemen wordt afgewezen. Uit het systeem van de wet en de rechtspraak van de Raad volgt dat bij een verzoek om terug te komen van een rechtens onaantastbaar geworden besluit het niet past een deskundige te benoemen.
4.4.
Uit 4.2 en 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking. Dit brengt met zich dat het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
5.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en J.S. van der Kolk en
A.I. van der Kris als leden, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 september 2013.
(getekend) Ch. van Voorst
(getekend) D.E.P.M. Bary

EH