Uitspraak
mr. N. Zuidersma-Hovers.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving vanaf 1 januari 2008 aanvullende bijstand naast een gekort AOW-pensioen vanwege verblijf in Australië. De Sociale verzekeringsbank (Svb) trok de bijstand in en vorderde €2.096,11 terug omdat appellante niet had gemeld dat zij inkomsten uit een Australisch pensioen ontving.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep. Appellante stelde dat de Svb bekend was met haar Australische pensioen en dat zij erop mocht vertrouwen dat dit was verwerkt, maar de Raad oordeelde dat zij zelf verantwoordelijk was voor volledige en juiste opgave. De brieven waar appellante op wees, toonden niet aan dat de Svb op de hoogte was van de hoogte van het Australische pensioen, dat bovendien varieerde.
De Raad vond geen bijzondere omstandigheden die afzien van intrekking of terugvordering rechtvaardigen. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en de leeftijd van appellante faalde. De terugvordering was proportioneel en appellante kon zich beroepen op beslagvrije voetregels. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van aanvullende bijstand wegens niet gemeld Australisch pensioen wordt bevestigd.