ECLI:NL:CRVB:2013:1636
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- M.F. Wagner
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten college Rotterdam over weigering Wmo-ondersteuning
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college wees dit verzoek aanvankelijk af bij besluit van 21 juni 2010, waarna bezwaar werd gemaakt. Vervolgens trok het college het besluit in met een tijdelijke toekenning van een persoonsgebonden budget, maar verklaarde het bezwaar later ongegrond.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond en kwalificeerde het besluit van 29 juli 2010 als primair besluit. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en kwalificeert het besluit als een beslissing op bezwaar, genomen in strijd met de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad oordeelt dat het college terecht heeft aangenomen dat van de inwonende zoon van appellante mag worden verwacht dat hij het zware huishoudelijke werk verricht, ondanks knieklachten. Appellante heeft onvoldoende medische onderbouwing geleverd om dit te betwisten. Ook is geen sprake van betrokkenheid van medewerkers bij het besluit van 19 november 2010 die eerder bij de primaire besluitvorming waren betrokken.
De Raad verklaart de beroepen gegrond, vernietigt de besluiten, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en het griffierecht wordt door het college betaald.
Uitkomst: De besluiten van het college Rotterdam worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.