ECLI:NL:CRVB:2013:1620
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende bewijs levensonderhoud
Appellant heeft op 7 januari 2011 een aanvraag om bijstand ingediend op grond van de Wet werk en bijstand. Hij verklaarde geen inkomsten meer te hebben en geld te hebben geleend om in zijn levensonderhoud te voorzien. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling vanwege het ontbreken van volledige gegevens en wees deze later inhoudelijk af omdat appellant niet met verifieerbare bewijsstukken kon aantonen hoe hij in zijn levensonderhoud voorzag.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij aan zijn inlichtingenverplichting had voldaan door voldoende informatie te verstrekken. De Raad oordeelde echter dat appellant onvoldoende concrete en controleerbare gegevens had overgelegd, zoals verklaringen omtrent de gestelde leningen en de kasstortingen op zijn bankrekening.
De Raad benadrukte dat appellant niet alleen namen en adressen hoefde te geven, maar ook bewijsstukken om de herkomst van de kasstortingen te verklaren. Het niet voldoen aan deze inlichtingenverplichting leidde tot het niet kunnen vaststellen van het recht op bijstand. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens het ontbreken van verifieerbare gegevens over het levensonderhoud.