ECLI:NL:CRVB:2013:1445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstand wegens niet-ontvangen opschortingsbesluiten
Appellant en zijn partner ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam had het recht op bijstand opgeschort vanwege het niet verschijnen op uitnodigingen voor gesprekken over woon- en leefsituatie. Vervolgens trok het college de bijstand in omdat appellant en zijn partner niet hadden gereageerd op deze oproepen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij en zijn partner de opschortingsbesluiten nooit hadden ontvangen, waardoor zij niet op de gesprekken konden verschijnen. Het college kon dit niet aannemelijk maken omdat de bewijsstukken van aangetekende verzending niet meer beschikbaar waren.
De Raad oordeelde dat het college onvoldoende bewijs had geleverd dat appellant en zijn partner tijdig van de opschortingsbesluiten op de hoogte waren gesteld. Hierdoor kon niet worden aangenomen dat zij verwijtbaar de termijnen voor herstel van de verzuimen hadden laten verstrijken. De intrekking van de bijstand was daarom onrechtmatig en het bestreden besluit werd vernietigd. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd en herroepen wegens onvoldoende bewijs van tijdige kennisgeving.