ECLI:NL:CRVB:2013:1100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- A.J. Schaap
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WMO-aanvraag wegens ontbreken geldige verblijfstitel en geen positieve verplichting college
Appellant, vermoedelijk Somalische nationaliteit, diende meerdere aanvragen om verblijfsvergunning asiel in, welke allen werden afgewezen. Hij verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om opvang en hulp op grond van de Wmo. Het college wees de aanvraag af omdat appellant niet beschikte over een geldige verblijfstitel en er geen positieve verplichting bestond om hem hulp te verlenen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. Appellant voerde aan dat hij rechteloos was en niet kon terugkeren naar zijn land van herkomst, en dat de weigering in strijd was met artikelen 3 en 8 EVRM.
De Raad wees het verzoek om aanhouding van de procedure af en oordeelde dat appellant geen aanspraak kan maken op maatschappelijke opvang vanwege zijn verblijfsstatus. De Raad bevestigde de rechtmatigheid van de koppelingswetgeving en oordeelde dat appellant niet behoort tot de categorie kwetsbare personen die bijzondere bescherming verdienen. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde wegens het ontbreken van een onevenwichtige belangenafweging. Ook het beroep op artikel 3 EVRM Pro faalde omdat er geen sprake was van vernederende of onmenselijke behandeling.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WMO-aanvraag wegens ontbreken geldige verblijfstitel en geen positieve verplichting tot opvang.