Uitspraak
OVERWEGINGEN
- [naam D.] heeft op 8 juli 2010 tegenover de sociale recherche verklaard dat hij een afstandsbediening heeft van het parkeerdek, een keyprocessor van het wooncomplex en een sleutel van de woning, zodat hij de woning van appellante kan betreden en gebruik kan maken van het bijbehorende parkeerdek. Daar waar zijn auto staat is hij. Appellante verzorgt zijn medicijnen. Op 9 juli 2010 heeft hij verklaard dat hij samen met appellante boodschappen doet en dat ieder zijn eigen boodschappen betaalt. Zijn boodschappen gaan naar het adres van appellante want zij kookt daar voor hem. Ook smeert zij zijn boterham die hij meeneemt naar zijn werk. Hij weet niet of zij dit ’s avonds of ’s morgens doet, want hij zit dan meestal tv te kijken of is hij weg.
- [getuige E.]en [Getuige F.]hebben op 7 juli 2010 tegenover de sociale recherche verklaard dat zij [Appellante] (appellante) en [naam D.]([naam D.] in 2006 hebben leren kennen en niet beter weten dan dat zij samenwonen. Zij kwamen regelmatig bij hen over de vloer op hun adres [Adres A.] in [woonplaats]. Zoon [naam zoon] woont in een woning aan de[Adres C.] die wordt gehuurd door [naam D.]. [naam D.] heeft hen verteld dat hij die woning huurt vanwege de uitkering van appellante. De auto van [naam D.] stond altijd bij appellante voor de deur.
- [Adres C.] bewoonster van[Adres], heeft op 7 juli 2010 verklaard dat de flat waarin ze woont een nieuwe flat is en dat iedereen daar is komen wonen rond juli 2009. Onder de flat is een Jumbo supermarkt. In juli 2009 is op nummer 7 een echtpaar komen wonen dat er nu nog woont. Zij herkent op de haar getoonde foto’s appellante en [naam D.] als het betreffende echtpaar. De man heeft haar ooit eens verteld dat hij altijd om zeven uur op moest staan voor zijn werk en dat hij last had van lawaai van de nachtauto’s en rolcontainers van de Jumbo.
- [Getuige H.] de directe buurvrouw van appellante aan de [Adres], heeft op 8 juli 2010 verklaard dat zij appellante en [naam D.] kent als haar buren. Zij kwamen bij elkaar op de koffie en [naam D.] heeft wel eens op haar zoontje gepast.
- [Getuige I.] voormalig eigenaar van het bedrijf [naam bedrijf] heeft op 7 juli 2010 verklaard dat hij [naam D.] sinds een jaar of acht of tien kent en dat [naam D.] door de week bij het bedrijf werkt. [naam D.] heeft hem verteld dat hij samen is met appellante en dat ze nu boven de Jumbo in [woonplaats]wonen. [naam D.] heeft ook verteld dat hij nog een woning heeft waar zijn zoon in woont.
BESLISSING
- verklaart het beroep tegen het besluit van 19 juli 2012 gegrond en vernietigt dat besluit;
- draagt het college op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met betrekking tot de