ECLI:NL:CRVB:2012:BY7899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over juiste medische grondslag bij herziening WAO-uitkering
In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarbij de WAO-uitkering van betrokkene is herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% per 7 maart 2006.
De Centrale Raad van Beroep heeft in een eerdere tussenuitspraak vastgesteld dat het besluit niet gebaseerd is op een juiste medische grondslag. Appellant heeft vervolgens een aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) ingediend, maar de Raad oordeelt dat deze FML niet geheel overeenkomt met de bevindingen van de deskundige psychiater Schoevers.
De Raad constateert dat de medische onderbouwing onvoldoende rekening houdt met beperkingen in werktijden en de mate van belastbaarheid zoals door de deskundige is vastgesteld. Daarom wordt appellant opgedragen het gebrek in het besluit te herstellen door de FML aan te passen in overeenstemming met de deskundige en het besluit opnieuw te onderbouwen of een nieuw besluit te nemen.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 december 2012 en betreft een tussenuitspraak in het hoger beroep tegen de rechtbank Zwolle-Lelystad.
Uitkomst: Het bestreden besluit is niet gebaseerd op een juiste medische grondslag en appellant wordt opgedragen het besluit te herstellen.