ECLI:NL:CRVB:2012:BY7893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen weigering verhuiskostenvergoeding WMO
Appellante heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Bellingwedde een aanvraag ingediend voor een vergoeding van verhuiskosten op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Het college wees deze aanvraag bij besluit van 8 juni 2010 af. Appellante maakte hiertegen bezwaar, maar stelde de gronden van het bezwaar niet binnen de door het college gestelde termijn van zes weken in, ondanks dat zij daartoe in een brief van 7 juli 2010 was aangemaand.
Het college verklaarde het bezwaar bij besluit van 2 november 2010 niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van de bezwaarschriftgronden. De rechtbank Groningen verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante stelde zich vervolgens op het standpunt dat de termijn onredelijk was, mede omdat haar gemachtigde pas later de stukken ontving.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. De termijn van zes weken ging in op het moment dat het college de termijnbrief naar appellante stuurde, omdat er toen nog geen gemachtigde bekend was. Het was de verantwoordelijkheid van appellante om haar gemachtigde tijdig te informeren en eventueel uitstel te vragen. Er waren geen omstandigheden die het college verhinderden van haar bevoegdheid gebruik te maken. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering van de verhuiskostenvergoeding is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de bezwaarschriftgronden.