ECLI:NL:CRVB:2012:BY7258
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- B.M. van Dun
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Geen arbeidsovereenkomst en geen overname betalingsverplichtingen na annulering BV in oprichting
Betrokkene diende een aanvraag in voor een uitkering wegens overname van betalingsverplichtingen op grond van de Werkloosheidswet, stellende dat hij per 15 maart 2009 in dienst was getreden bij Supatech Food Service BV in oprichting (SFS). De aanvraag werd afgewezen omdat SFS sinds 6 maart 2009 niet meer bestond en er geen arbeidsovereenkomst kon zijn.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat er wel sprake was van wilsovereenstemming over het dienstverband, mede op basis van e-mailcorrespondentie en een ondertekend conceptcontract. De rechtbank vernietigde het besluit en gaf appellant opdracht een nieuw besluit te nemen.
In hoger beroep stelde appellant dat er geen arbeidsovereenkomst was omdat SFS niet was opgericht en de oprichting was geannuleerd. Betrokkene voerde aan dat hij werkzaamheden had verricht en geen akkoord had gegeven voor indiensttreding bij een andere entiteit.
De Raad concludeerde dat SFS op 15 maart 2009 niet bestond, ook niet als BV in oprichting, en dat geen arbeidsovereenkomst tot stand was gekomen. De aansprakelijkheid van een andere onderneming op grond van artikel 2:203 BW Pro leidt niet tot het ontstaan van een arbeidsovereenkomst. Daarom was betrokkene geen werknemer in de zin van de WW en was de afwijzing van de aanvraag terecht.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Raad verklaart het beroep ongegrond omdat geen arbeidsovereenkomst bestond en de aanvraag terecht werd afgewezen.