ECLI:NL:CRVB:2012:BY6061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging definitieve jaarafrekening buitenlandbijdrage ondanks termijnoverschrijding
De zaak betreft het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam over de vaststelling van de definitieve jaarafrekening van de buitenlandbijdrage in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Betrokkene, een gepensioneerde die in het buitenland woonde, ontving een pensioen en was als verdragsgerechtigde aangemerkt met recht op zorg in haar woonland. Het College voor zorgverzekeringen (Cvz) stelde de buitenlandbijdrage vast, maar overschreed de wettelijke termijn voor de definitieve vaststelling met respectievelijk 19 maanden voor 2006 en 4 maanden voor 2007.
De rechtbank verklaarde de beroepen van betrokkene ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de termijnoverschrijding niet leidde tot verval van de bevoegdheid van Cvz en dat voldoende compensatie was geboden door het achterwege laten van renteheffing. In hoger beroep voerde betrokkene aan dat de termijnoverschrijding tot vernietiging van de besluiten moest leiden en dat er sprake was van discriminatie vanwege het ontbreken van keuzevrijheid voor een zorgverzekeraar.
De Raad oordeelt dat de overschrijding van de termijn niet leidt tot vernietiging omdat de bevoegdheid van Cvz niet vervalt door de termijnoverschrijding. Betrokkene kon bovendien redelijkerwijs weten dat een definitieve vaststelling zou plaatsvinden en heeft geen nadeel geleden, mede doordat rente niet werd geheven. Het beroep op het keuzerecht faalt op grond van jurisprudentie en prejudiciële uitspraken van het Hof. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.