ECLI:NL:RBAMS:2010:BP6229
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over jaarafrekening buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet en toepassing Europese rechtspraak
Eisers, Nederlandse gepensioneerden woonachtig in België, stelden beroep in tegen besluiten van het College voor Zorgverzekeringen (verweerder) waarin hun bezwaren tegen de definitieve jaarafrekeningen van de buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) voor 2006 en 2007 ongegrond werden verklaard.
De kern van het geschil betrof de vraag of de overschrijding van de wettelijke termijn van zes maanden na het onherroepelijk worden van de NiNbi-beschikking voor het opstellen van de jaarafrekening leidt tot nietigheid of verjaring van de bijdrageplicht. Verweerder erkende de overschrijding maar stelde dat het hier een termijn van orde betreft en dat eisers voldoende zijn gecompenseerd door af te zien van invorderingsrente.
De rechtbank overwoog dat artikel 6.3.3 van de Regeling Zorgverzekering geen verjaringstermijn bevat en dat de overschrijding niet leidt tot het vervallen van de bevoegdheid tot vaststelling. Daarnaast werd het arrest Van Delft e.a. van het Europese Hof van Justitie besproken, waarbij werd vastgesteld dat dit arrest niet ziet op de gehele premie- en belastingdruk, maar op specifieke verzekeringsvoorwaarden voor niet-ingezetenen, en dat er geen Europeesrechtelijk verbod is op verschillen in belasting- en premiedruk tussen lidstaten.
De rechtbank concludeerde dat de beroepen ongegrond zijn en dat de door verweerder geboden compensatie toereikend is. Tevens werd gewezen op de mogelijkheid tot herziening van de NiNbi-beschikking en daaropvolgende herziening van de jaarafrekening. De rechtbank wees het verzoek tot aanhouding af en stelde dat geen sprake is van een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling volgens het Europese recht.
Uitkomst: De beroepen tegen de jaarafrekeningen buitenlandbijdrage Zvw worden ongegrond verklaard.