ECLI:NL:CRVB:2012:BY5922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in rechterlijke fase
Betrokkene stelde beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een geschil met het UWV. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat de behandeling van het beroep door de rechtbank ruim twee jaar heeft geduurd, wat een overschrijding van de redelijke termijn inhoudt.
De Raad heeft de omstandigheden van het geval beoordeeld aan de hand van criteria zoals de complexiteit van de zaak, het gedrag van partijen en de aard van het belang van betrokkene. De redelijke termijn voor de rechterlijke fase werd overschreden met bijna 11 maanden, wat resulteert in een schadevergoeding van €1.000.
Betrokkene voerde aan dat het geschil al sinds 2001 liep en dat de vergoeding te laag was, mede gelet op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De Raad vond echter geen aanleiding om een hoger bedrag toe te kennen.
Daarnaast werd de Staat veroordeeld tot betaling van de proceskosten van betrokkene, begroot op €437. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 december 2012.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €1.000 schadevergoeding en €437 proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn.