ECLI:NL:CRVB:2012:BY5745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante diende op 8 december 2009 een aanvraag in voor bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) met ingang van 1 mei 2009. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht kende bij besluit van 17 december 2009 bijstand toe vanaf 8 december 2009, maar weigerde deze met terugwerkende kracht toe te kennen. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat bijzondere omstandigheden een terugwerkende kracht van de bijstand rechtvaardigden. De Raad beoordeelde een psychologisch rapport van een psychiater, waarin werd vastgesteld dat het bewustzijn en de oriëntatie van appellante helder waren en dat zij haar administratie zelfstandig kon voeren. Ook huurde zij zelfstandig een woning en ontving zij huurtoeslag.
De Raad concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een afwijking van het uitgangspunt rechtvaardigen dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt verleend. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.