ECLI:NL:CRVB:2012:BY5468
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over aanstellingspremie militair na functiewijziging en opleiding
Appellant werd in 2007 aangesteld als militair voor de opleiding tot officier luchtverkeersleiding, met een aanstellingspremie van €35.000,- gekoppeld aan het afronden van deze opleiding. In 2009 werd appellant herbestemd tot officier administratieve zaken. Hij verzocht in 2010 om uitbetaling van de helft van de premie, wat werd afgewezen omdat de initiële opleiding niet was afgerond en voor de nieuwe functie geen premie was toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat zowel de oude als nieuwe regeling de voltooiing van de initiële opleiding vereisen voor premie-uitkering. In hoger beroep betoogde appellant dat het onrechtvaardig is dat hij geen premie ontvangt voor zijn huidige functie, terwijl collega’s die direct op die functie zijn aangesteld dat wel zouden krijgen.
De Raad constateerde dat het bestreden besluit onduidelijk is over het standpunt van de minister betreffende de premie bij aanstelling in de functie officier administratieve zaken in 2007. Omdat de gedingstukken en zitting hierover geen duidelijkheid boden, kon de Raad niet zelf in de zaak voorzien en droeg de minister op het besluit binnen zes weken te herstellen om finale geschilbeslechting mogelijk te maken.
Uitkomst: De minister wordt opgedragen het bestreden besluit binnen zes weken te herstellen vanwege onduidelijkheid over de aanstellingspremie bij functiewijziging.