ECLI:NL:CRVB:2012:BY5457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwarende functie en overgangsrecht bij brandweerambtenaar
Appellant was sinds 2001 werkzaam bij de gemeente en vanaf 2004 gedetacheerd bij de regionale brandweer, waar hij voornamelijk coördinerende en leidinggevende taken verrichtte en slechts incidenteel deelnam aan fysieke brandbestrijding. Met de afschaffing van het functioneel leeftijdsontslag (FLO) per 1 januari 2006 en de invoering van een nieuw stelsel voor bezwarende functies, werd beoordeeld of zijn functie als bezwarend kon worden aangemerkt.
Het college had besloten dat appellant niet in aanmerking kwam voor het gunstige overgangsrecht omdat zijn functie niet bezwarend was, mede vanwege het lage aantal uitrukken en het karakter van zijn werkzaamheden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de functie van appellant niet voldeed aan de criteria van een bezwarende functie zoals omschreven in de CAR/UWO, omdat de fysieke belasting beperkt was en de psychische belasting inherent was aan zijn leidinggevende rol. Ook werd geoordeeld dat eerdere afspraken bij aanstelling geen verkregen rechten opleverden om het nieuwe stelsel te omzeilen.
De uitspraak bevestigt dat de functie van appellant niet als bezwarend kan worden beschouwd, waardoor het gunstige overgangsrecht niet van toepassing is. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De functie van appellant wordt niet als bezwarend aangemerkt, waardoor het gunstige FLO-overgangsrecht niet van toepassing is.