ECLI:NL:CRVB:2012:BY5434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek nabetaling en niet-ontvankelijkverklaring beroep wachtgeld
Appellant, geboren in 1948, kreeg vanaf 1994 eervol ontslag met wachtgeld tot 65 jaar. Vanaf december 2003 bracht het college maandelijks een korting van €451,21 in verband met neveninkomsten in mindering op het wachtgeld. Na opschorting van betalingen wegens het niet verstrekken van inkomsteninformatie, verklaarde het college de opgeschorte betalingen vervallen en stopte de uitkering vanaf juni 2010.
Appellant stelde bezwaar en verzocht om nabetaling van de kortingen over de periode 2003-2010, maar het college wees dit af. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de opschorting niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot nabetaling ongegrond. De Raad bevestigt deze uitspraken.
De Raad oordeelt dat appellant geen rechtsmiddelen tegen het besluit van 27 mei 2010 heeft aangewend, waardoor dit besluit in rechte vaststaat. Het verzoek om nabetaling betreft een terugkomingsverzoek op een vaststaand besluit waarvoor geen nieuwe feiten zijn aangevoerd. Tevens is het vervallen verklaren van de wachtgelduitkering terecht vanwege het nalaten van volledige inkomstenopgave. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot nabetaling van kortingen op het wachtgeld wordt afgewezen.