ECLI:NL:CRVB:2012:BY5019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding handel in auto’s
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) van mei 2006 tot april 2008. Het college trok de bijstand in over diverse maanden en vorderde de kosten terug wegens het niet melden van handel in auto’s, wat het recht op bijstand beïnvloedde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep betwistten appellanten dat sprake was van handel, stellende dat het om vriendendiensten ging en dat zij voldoende inzicht in hun administratie hadden gegeven.
De Raad oordeelde dat uit gegevens van de RDW en een rapport van de sociale recherche bleek dat appellant veel kentekens op zijn naam had staan die vaak kortstondig waren en eindigden met export, wat duidt op waardeerbare transacties. Appellanten hadden deze transacties niet gemeld, waarmee zij de inlichtingenverplichting schonden.
Omdat controleerbare gegevens ontbraken, kon het college het recht op bijstand over de betreffende maanden niet vaststellen en was intrekking op grond van artikel 54 WWB Pro terecht. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.